ECLI:NL:CRVB:2018:1577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing IVA-uitkering ondanks psychische klachten
Appellante, voormalig HRM-medewerkster, meldde zich in 2009 ziek en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidsgraad van 72,32%. Na een verzoek tot herbeoordeling wegens verslechterde gezondheid in 2014 stelde het UWV vast dat zij 100% arbeidsongeschikt was en wijzigde de uitkering in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Appellante maakte bezwaar en vorderde een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat duurzame volledige arbeidsongeschiktheid inhoudt dat de situatie medisch stabiel of verslechterend is met een geringe kans op herstel. De verzekeringsarts concludeerde dat er nog behandelopties waren die mogelijk tot verbetering konden leiden, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was.
Appellante voerde aan dat behandelingen niet aansloegen en verwees naar een advies van de Gezondheidsraad, maar dit leidde niet tot een ander oordeel. De Raad vond de motivering van de verzekeringsarts inzichtelijk en navolgbaar en oordeelde dat appellante een nieuwe aanvraag kan indienen indien haar situatie verandert. De afwijzing van de IVA-uitkering blijft daarom in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering omdat haar volledige arbeidsongeschiktheid in april 2014 niet duurzaam was.