ECLI:NL:CRVB:2018:1553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor schuld energieleverancier wegens ontbreken dringende redenen
Appellante ontving bijstand en vroeg bijzondere bijstand aan voor het aflossen van een schuld bij energieleverancier Delta. Het dagelijks bestuur wees dit af op grond van artikel 13 lid 1 sub g van Pro de Participatiewet (PW), omdat geen dringende redenen bestonden om hiervan af te wijken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, met een verbetering van de motivering.
De Raad stelde vast dat de grondslag voor het afwijzen van bijzondere bijstand niet in artikel 16 PW Pro ligt, maar in artikel 49 sub b PW Pro, dat zeer dringende redenen vereist voor bijstand bij schulden. Appellante voerde aan dat afsluiting van gas en elektriciteit in september 2015 leidde tot psychische problemen en onmogelijkheid in de woning te verblijven. De Raad oordeelde dat er ten tijde van de aanvraag geen acute noodsituatie was, mede doordat een schuldregeling was getroffen.
Verder werd het beroep op schending van artikel 8 EVRM Pro verworpen, omdat de weigering van bijstand niet leidde tot een onmogelijkheid van normale ontwikkeling van het privéleven. De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor schuldaflossing wordt bevestigd wegens ontbreken van zeer dringende redenen.