ECLI:NL:CRVB:2018:1500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld eigendom vakantiewoning in Turkije
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding en onderzoek bleek dat zij sinds 2011 eigenaar was van een vakantiewoning in Turkije, wat zij niet had gemeld. De waarde van de woning werd vastgesteld op € 80.000,-, boven de vermogensgrens voor bijstand.
Het college trok de bijstand met ingang van 12 september 2011 in en vorderde de kosten terug. Appellante voerde aan dat haar dochter feitelijk eigenaar was en dat de waarde lager was dan vastgesteld, maar slaagde hier niet in. De Raad oordeelde dat de taxatiewaarde leidend is en dat appellante feitelijk beschikte over het vermogen.
Daarnaast heeft appellante de woning zonder vergoeding overgedragen aan haar dochter, wat leidde tot een maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. De rechtbanken hadden de besluiten bevestigd en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken, zonder aanleiding voor kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en de opgelegde maatregel wegens niet gemeld eigendom vakantiewoning.