ECLI:NL:CRVB:2018:1287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning militair invaliditeitspensioen bij verergerend dienstverband PTSS
Appellant, een voormalig dienstplichtig militair, diende een verzoek in voor een militair invaliditeitspensioen naar aanleiding van psychische klachten na uitzending naar Libanon. Na aanvankelijke afwijzing werd hem alsnog een invaliditeitspensioen van 17,5% toegekend op basis van een verergerend dienstverband voor zijn posttraumatische stressstoornis (PTSS).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de ervaringen niet voldeden aan de criteria voor een T2-trauma volgens het PTSS Protocol, maar een T1-trauma betroffen, waardoor het verergerend dienstverband van toepassing is. Appellant voerde aan dat de rechtbank het protocol onjuist toepaste en dat zijn klachten ernstiger waren, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad bevestigde dat meerdere traumatische gebeurtenissen niet automatisch leiden tot een T2-trauma en dat de beperkingen van appellant niet werden onderschat. De co-morbide klachten waren niet actueel op de peildatum en de verzekeringsarts had terecht het standpunt van verergerend dienstverband ingenomen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een militair invaliditeitspensioen van 17,5% wegens verergerend dienstverband bevestigd.