ECLI:NL:CRVB:2018:1283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.T.H. Zimmerman
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen sinds 1990 bijstand, maar de gemeente Zaanstad vermoedde dat zij beschikten over onroerend goed in Turkije. Een onderzoek bevestigde dat appellant eigenaar was van grond en een appartementencomplex met een waarde van ruim €112.000. Appellanten hebben dit niet gemeld, waardoor de bijstand werd beëindigd en teruggevorderd over de periode 2006-2013.
Appellanten voerden aan dat het onroerend goed eigendom was van hun overleden vader en dat zij er niet over konden beschikken. Zij ondersteunden dit met verklaringen van een familielid, maar deze waren onvoldoende bewijs. De onroerende zaken stonden na overlijden van de ouders nog steeds op naam van appellant.
De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. De door appellanten aangevoerde dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet aanvaard vanwege gebrek aan bewijs en het feit dat de omstandigheden niet direct samenhingen met de terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld onroerend goed en wijst het hoger beroep af.