ECLI:NL:CRVB:2018:1228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit pgb 2016 wegens onvoldoende onderzoek naar zorgbehoefte
Appellante, met MS en ernstige cognitieve stoornissen, ontving een pgb van €214.068,63 voor 2015 en een lager bedrag voor 2016. Het Zorgkantoor verklaarde bezwaar tegen deze besluiten ongegrond. De rechtbank bevestigde dit, maar de Raad heropende het onderzoek en vroeg nader medisch advies.
Het advies van Van Veenendaal gaf onvoldoende inzicht in de totale zorgbehoefte van appellante voor 2016. De Raad oordeelde dat het pgb voor 2015 voldoende was, maar het besluit over 2016 op onvoldoende onderzoek berustte en vernietigd moest worden.
De Raad stelde zelf vast dat appellante voor 2016 recht heeft op hetzelfde pgb als in 2015, namelijk €214.068,63. Tevens werd het Zorgkantoor veroordeeld in de proceskosten. De Raad wees het standpunt van appellante af dat permanent toezicht bekostigd moet worden, omdat dit niet binnen het zorgprofiel valt.
Uitkomst: Het besluit over het pgb 2016 wordt vernietigd en appellante krijgt een pgb van €214.068,63 toegekend.