ECLI:NL:CRVB:2018:120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving informatieplicht
Appellante ontving bijstand sinds maart 2015, maar na meldingen over verblijf in het buitenland en vermogen, nodigde het college haar uit voor gesprekken waarop zij niet verscheen en de gevraagde informatie niet aanleverde. Hierdoor werd haar recht op bijstand per augustus 2015 opgeschort en later ingetrokken, met terugvordering van kosten en oplegging van een boete.
Appellante diende later een nieuwe aanvraag in, maar het college weigerde deze vanwege onvoldoende bewijs van wijziging in omstandigheden, mede gebaseerd op huisbezoeken waaruit bleek dat zij niet op het opgegeven adres woonde. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat appellante geen verschoonbare reden had voor het niet tijdig reageren en dat de boete proportioneel was. Ook is onvoldoende aangetoond dat zij aan de voorwaarden voor bijstand voldeed in de latere periode. De eerdere intrekking, terugvordering en boete blijven daarom in stand.
Uitkomst: De intrekking, terugvordering en boete worden bevestigd en de aanvraag om bijstand wordt afgewezen.