ECLI:NL:CRVB:2018:1174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verstrengeling financiële activiteiten en terugvordering bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en was tevens enig bestuurder van een stichting die zij in 2007 had opgericht. Het college onderzocht de rechtmatigheid van de bijstand en verzocht bankafschriften van haar privérekeningen en de stichtingrekening over een bepaalde periode. Appellante legde de gevraagde afschriften van de stichting niet tijdig over, waarna het college de bijstand opschortte en later introk en terugvordering toepaste.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bijschrijvingen op zowel de privérekening als de rekening van de stichting vanwege de verstrengeling van financiële activiteiten aan appellante konden worden toegerekend. Appellante had onvoldoende onderbouwd dat zij niet over deze middelen kon beschikken voor haar levensonderhoud. Tevens was het niet tijdig overleggen van de bankafschriften verwijtbaar, ondanks haar beroep op een verbod door het interim-bestuur van de stichting.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verstrengeling van financiële activiteiten en het niet tijdig overleggen van bankafschriften.