ECLI:NL:CRVB:2018:1090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens wangedrag door misbruik van Schipholpas en smokkel van sigaretten
Appellant, militair sinds 1993, werd op 4 juni 2016 staande gehouden na het invoeren van 81 sloffen sigaretten zonder accijnzen te betalen, waarbij hij zijn Schipholpas misbruikte om douanecontroles te omzeilen. De staatssecretaris verleende hem op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement ontslag wegens wangedrag per 1 oktober 2016.
Appellant voerde aan dat het wangedrag hem niet kon worden toegerekend vanwege psychische klachten en dat de staatssecretaris onzorgvuldig handelde door geen nader onderzoek te verrichten. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag in te zien en dat de beschikbare medische gegevens geen aanleiding gaven tot twijfel over toerekenbaarheid.
De Raad stelde vast dat het misbruik van de Schipholpas en de smokkel in strijd waren met de eisen van integriteit en betrouwbaarheid die aan appellant als ervaren opsporingsambtenaar gesteld mogen worden. Het ontslag was niet onevenredig gezien de ernst van het wangedrag en de functie van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens wangedrag bevestigd.