ECLI:NL:CRVB:2017:999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor herstelkosten deur na politie-inval
Appellante, bijstandsgerechtigde op grond van de Participatiewet, verzocht bijzondere bijstand voor de resterende herstelkosten van haar voordeur, die beschadigd raakte tijdens een politie-inval waarbij haar ex-partner werd aangehouden. De verhuurder had de schade hersteld en een factuur van €1.110,87 gestuurd, waarvan de politie uit coulance €450,- vergoedde. De aanvraag voor bijzondere bijstand van €660,87 werd door het college afgewezen omdat kosten van geleden schade niet tot noodzakelijke kosten van het bestaan worden gerekend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen invloed had op de schade, dat de voordeur een basiselement van de woning is en dat er zeer dringende redenen waren om bijstand te verlenen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie over noodzakelijke kosten.
De Raad oordeelde dat artikel 14, aanhef en onder c, van de Participatiewet kosten van geleden schade uitsluit van bijzondere bijstand en dat de situatie van appellante niet voldeed aan de criteria voor zeer dringende redenen. De schade was bovendien door de verhuurder hersteld. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor herstelkosten deur na politie-inval.