ECLI:NL:CRVB:2017:984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde middelen voor luxe uitgaven
Appellanten ontvingen vanaf september 2005 bijstand op grond van de WWB. Na een strafrechtelijk onderzoek wegens verdenking van uitkeringsfraude en witwassen, stelde de sociale recherche een bestuursrechtelijk onderzoek in. Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade trok bij besluit van 28 augustus 2013 de bijstand over de periode tot juni 2011 in en vorderde €100.303,39 terug wegens niet gemelde middelen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij niet beschikten over middelen naast de bijstand en dat de strafrechter hen vrijsprak van witwassen, maar deze gronden faalden. De Raad oordeelde dat uitgaven voor paardenstalling, ruitersport, brommobielen en luxe auto’s niet passen binnen bijstandsnormen en dat appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat zij niet over andere middelen beschikten.
Verder faalden de beroepen op het vertrouwensbeginsel en dringende redenen om terugvordering af te zien. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees de verzoeken om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst schadevergoedingsverzoeken af.