ECLI:NL:CRVB:2017:915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor extra kosten bewindvoering wegens niet tijdige aanvraag
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor extra kosten van bewindvoering die waren gemaakt voorafgaand aan de datum van de aanvraag. De kantonrechter had op 20 december 2013 een machtiging verleend voor deze kosten, maar de aanvraag bijzondere bijstand werd pas op 24 december 2013 ingediend. Het college wees de aanvraag af omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend, conform de Beleidsregel bijzondere bijstand 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat de aanvraag niet eerder kon worden ingediend dan na de machtiging van de kantonrechter en dat het college jarenlang aanvragen met terugwerkende kracht had gehonoreerd, waardoor sprake zou zijn van een vaste gedragslijn en schending van het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de kosten zijn opgekomen op de datum van de machtiging en dat bijzondere bijstand in beginsel uiterlijk op die dag aangevraagd moet worden. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een latere aanvraag rechtvaardigen. De door appellant aangevoerde praktijk van het college betrof andere situaties en niet de eenmalige extra kosten zoals in deze zaak. Daarom is geen sprake van ongelijke behandeling of schending van rechtszekerheid.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor extra kosten bewindvoering wegens niet tijdige aanvraag wordt bevestigd.