Uitspraak
mr. M.G.M. Frerix, advocaat.
7 december 2016 is namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Centrale Raad van Beroep
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar dit hoger beroep later ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht om proceskostenveroordeling van de Minister. De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat bij intrekking van het hoger beroep het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Tijdens het proces heeft de Minister zich laten vertegenwoordigen door een advocaat, en betrokkene was eveneens bijgestaan door een advocaat. Na het verzoek van betrokkene en het ontbreken van bezwaar van de Minister, heeft de Raad besloten de Minister te veroordelen tot betaling van de proceskosten van betrokkene, begroot op €495,- voor verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 maart 2017, waarbij de voorzitter en twee leden het vonnis hebben gewezen in aanwezigheid van de griffier. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is veroordeeld tot betaling van €495,- aan proceskosten aan betrokkene.