ECLI:NL:CRVB:2017:672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging bijstandsnorm wegens uitsluiting broer van bijstand
Appellant ontving bijstand volgens de gehuwdennorm omdat hij samenwoonde met zijn broer (N). Het college wijzigde de bijstandsnorm naar die voor een alleenstaande omdat N, jonger dan 27 jaar, was uitgesloten van bijstand op grond van artikel 13, tweede lid, onder c, van de WWB. N had zich niet ingeschreven voor een uit Rijkskas bekostigde opleiding die recht geeft op studiefinanciering, hoewel hij hiertoe in staat was.
Appellant voerde aan dat N zich niet kon inschrijven voor een BBL-opleiding wegens het niet tijdig vinden van een leerwerkplek en dat het college hem niet tijdig had gewaarschuwd voor de gevolgen hiervan. De Raad oordeelde dat deze gronden niet slaagden omdat de beweringen niet objectief en verifieerbaar waren en het college N wel degelijk had geïnformeerd over de consequenties.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam dat het beroep ongegrond verklaarde. Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 februari 2017.
Uitkomst: De bijstandsnorm van appellant blijft gewijzigd naar de alleenstaande-norm omdat zijn broer geen recht heeft op bijstand.