ECLI:NL:CRVB:2017:653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellante diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Naar aanleiding daarvan werd een huisbezoek verricht om de woon- en leefsituatie te verifiëren. Tijdens het huisbezoek weigerde appellante de inhoud van een kledingkast in de slaapkamer en andere woonruimten te tonen, ondanks herhaalde verzoeken en waarschuwingen over de gevolgen van haar weigering.
Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen wees de aanvraag af omdat het huisbezoek niet volledig kon worden uitgevoerd en daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, hetgeen door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek en dat appellante gehouden was hieraan medewerking te verlenen. Haar argument dat de onderzoekers zelf konden rondkijken werd verworpen. Ook haar stelling dat de duur van het huisbezoek een weigering rechtvaardigde, werd niet aanvaard. Daarnaast werd niet vastgesteld dat de onderzoekers zich onbehoorlijk hadden gedragen.
De Raad concludeerde dat appellante haar medewerkingsplicht schond en daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking aan het huisbezoek.