ECLI:NL:CRVB:2017:638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden in fietsenwinkel
Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand en verricht sinds enkele jaren kleine werkzaamheden in een fietsenwinkel, zonder daarvoor betaald te worden. Hij heeft deze werkzaamheden niet gemeld, wat leidde tot een herziening van zijn bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten.
De rechtbank heeft het college deels in het gelijk gesteld, door uit te gaan van zeven in plaats van acht gewerkte uren per donderdag. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de werkzaamheden niet beroepsmatig waren, dat hij psychisch belemmerd is en dat het legaliteitsbeginsel werd geschonden.
De Raad oordeelt dat aanwezigheid tijdens reguliere uren op een werkplek de veronderstelling rechtvaardigt dat er op geld waardeerbare arbeid is verricht, ook als er geen betaling plaatsvond. Appellant heeft zijn inlichtingenplicht geschonden en het college mocht uitgaan van zeven gewerkte uren per donderdag. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de bijstand op basis van zeven gewerkte uren per donderdag bevestigd.