Uitspraak
31 juli 2015, 14/6823 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 1.100,-;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens het koppelingsbeginsel van de Vreemdelingenwet 2000, diende bezwaar in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het college geen dwangsom opgelegd voor de te late besluitvorming. Zowel betrokkene als het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) een voorliggende voorziening is die de noodzaak van opvang op grond van de Wmo wegneemt, conform eerdere jurisprudentie. De Raad wijst erop dat het niet toelaten tot de VBL door de vreemdelingenrechter kan worden aangevochten en dat de beoordeling van de voorwaarden van die opvang aan andere bestuursorganen is voorbehouden.
Verder oordeelt de Raad dat het college wel degelijk een dwangsom verschuldigd is wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar van 14 maart 2014, ter hoogte van € 1.100,-. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsom en de proceskosten van € 992,- aan betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak en stelt een dwangsom van € 1.100,- vast wegens te late besluitvorming door het college.