Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding aan appellante van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2002 een WAO-uitkering en is sinds 2003 werkzaam bij een werkgever die jaarlijks in december een winstuitkering verstrekt. Het UWV heeft de WAO-uitkering aangepast en onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd over eerdere perioden. Vanaf 1 juli 2015 is de verrekening van inkomsten uit arbeid gewijzigd, waarbij de winstuitkering alleen aan de maand december wordt toegerekend. Appellante maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van deze gewijzigde systematiek, stellende dat deze ook met terugwerkende kracht moest gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de nieuwe verrekeningswijze niet met terugwerkende kracht kan worden toegepast. In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt, maar de Raad stelt dat het bestreden besluit alleen ziet op de periode vanaf 1 juli 2015 en dat appellante het eens is met de uitkomst over die periode. Voor de periode daarvoor kan zij afzonderlijk bezwaar maken, wat zij ook heeft gedaan.
De Raad benadrukt dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn in hoger beroep. Omdat appellante met het onderhavige hoger beroep geen resultaat kan bereiken, ontbreekt procesbelang en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt het verzoek tot vergoeding van schade afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.