Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder sinds 2007. In 2013 werd op haar adres een hennepkwekerij met negentien planten aangetroffen. De sociale recherche voerde een onderzoek uit, waarna het college van burgemeester en wethouders van Heumen de bijstand introk over de periode mei tot oktober 2013 en de kosten terugvorderde.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene de inlichtingenverplichting had geschonden, maar dat het college het recht op bijstand had kunnen vaststellen met behulp van theoretische opbrengstberekeningen, waardoor het besluit werd vernietigd. Het college stelde hoger beroep in en trok het nadere besluit in.
De Raad overweegt dat schending van de inlichtingenverplichting een grond is voor intrekking indien niet kan worden vastgesteld of betrokkene recht op bijstand had. Betrokkene slaagde er niet in dit aannemelijk te maken, mede doordat zij geen administratie bijhield. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en wijst het incidenteel hoger beroep af. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet aannemelijk gemaakt.