ECLI:NL:CRVB:2017:4357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellant was sinds 1982 werkzaam als medewerker kwekerij en meldde zich in november 2010 ziek vanwege nek- en schouderklachten. Na afloop van de wachttijd werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor diverse functies. In februari 2015 meldde appellant zich opnieuw ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving toen een WW-uitkering.
Het UWV stelde bij besluit van juni 2015 vast dat appellant geen recht had op ziekengeld op grond van de Ziektewet, omdat hij geschikt was voor de eerder geselecteerde functies. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel na onderzoek van het medisch dossier en arbeidskundige gegevens.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten waren toegenomen en dat een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidskundig onderzoek noodzakelijk waren. Ook stelde hij dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name voor psychische klachten. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en volledig was, dat de artsen van het UWV alle relevante medische informatie hadden meegewogen en dat de geselecteerde functies stressarm en passend waren.
De Raad vond geen aanleiding om een deskundige te benoemen of een nieuwe FML op te stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor de geselecteerde functies.