ECLI:NL:CRVB:2017:4214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsverlening aan inwonende zonder commerciële relatie
Appellante vroeg bijstand aan als alleenstaande en gaf aan te wonen bij een hoofdbewoner die haar nicht is. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, maar stelde later vast dat bijstand moest worden verleend volgens de kostendelersnorm omdat zij de woning deelt met de hoofdbewoner zonder commerciële huurrelatie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen woonkosten deelde en dat toepassing van de kostendelersnorm haar inkomen onder het bestaansminimum bracht.
De Raad overwoog dat de kostendelersnorm dwingend recht is en dat het niet relevant is of de kosten feitelijk worden gedeeld of dat er een commerciële relatie bestaat. De wetgever heeft met de kostendelersnorm beoogd rekening te houden met het voordeel van het samenwonen, ongeacht de feitelijke kostenverdeling.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep en verzoek tot schadevergoeding af.