Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep van betrokkene voor zover dat betrekking heeft op de verrekening van de proceskostenvergoeding ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) die door het UWV werd beëindigd en teruggevorderd over een periode van meerdere jaren. Tevens werd een boete opgelegd en een proceskostenvergoeding toegekend. De rechtbank had de verrekening van de proceskostenvergoeding met de terugvordering onterecht als niet wettelijk toegestaan beoordeeld en het besluit vernietigd.
In hoger beroep stond centraal of het UWV bevoegd was om de kostenvergoeding te verrekenen met de vordering uit hoofde van onverschuldigd betaalde toeslag. De Raad stelde vast dat sinds 1 juli 2009 de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een wettelijke basis vereist voor verrekening van bestuursrechtelijke geldschulden. Artikel 14g van de TW, zoals gewijzigd per 1 juli 2013, geeft het UWV de bevoegdheid om bestuurlijke boetes en kostenvergoedingen te verrekenen met vorderingen op betrokkene.
De Raad concludeerde dat het UWV op grond van artikel 20a, tweede lid, in verbinding met artikel 14g, tweede lid, van de TW bevoegd was om de proceskostenvergoeding te verrekenen met de terugvordering van onverschuldigd betaalde toeslag. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de verrekening betrof. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV bevoegd was de proceskostenvergoeding te verrekenen met de terugvordering van onverschuldigd betaalde toeslag en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond voor dat onderdeel.