ECLI:NL:CRVB:2017:4126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf overplaatsing voor onbepaalde tijd wegens plichtsverzuim
Appellant, werkzaam bij de Penitentiaire Inrichting [naam PI 1], kreeg primair ontslag wegens plichtsverzuim opgelegd, dat later werd teruggedraaid door de Raad. Het plichtsverzuim betrof het niet melden van contact met een gedetineerde die verdacht werd van een ernstig misdrijf. De Raad oordeelde dat het ontslag disproportioneel was en vernietigde het besluit.
De minister legde vervolgens een disciplinaire straf op in de vorm van overplaatsing naar een andere inrichting ([naam PI 2]) met een functie waarin appellant beperkt contact met gedetineerden heeft. Appellant betoogde dat deze straf gebaseerd was op een onjuiste grondslag, namelijk ongeschiktheid, die door de Raad was weggenomen.
De Raad oordeelde dat de straf ook het dienstbelang dient en niet alleen een strafkarakter heeft. De lange reistijd en het wegvallen van een toelage maken de straf niet onevenredig. Het plichtsverzuim is ernstig en het vertrouwen in appellant is geschaad. De straf voor onbepaalde tijd is ingrijpend maar gerechtvaardigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De disciplinaire straf van overplaatsing voor onbepaalde tijd wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.