Uitspraak
OVERWEGINGEN
3. Appellant heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4.11. Uit 4.1 tot en met 4.10 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een voormalig dienstplichtig militair die in 1985 naar Libanon is uitgezonden, verzocht in 2014 om toekenning van een militair invaliditeitspensioen vanwege PTSS. De minister kende hem een invaliditeitspensioen toe met een mate van 28% op basis van een verergerend dienstverband. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de traumatische gebeurtenissen van het type T2 waren, wat zou leiden tot een oorzakelijk dienstverband en een hogere mate van invaliditeit.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de gebeurtenissen van appellant, waaronder een gijzeling en het getuige zijn van een beschieting, niet voldeden aan de criteria voor T2-trauma’s zoals omschreven in het PTSS Protocol. De minister had de toegekende scores op de subrubrieken seksuele functie, basale communicatie, sociale activiteiten en communicatieve vaardigheden voldoende onderbouwd en consistent gemotiveerd.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad volgde de minister en de rechtbank. De Raad benadrukte dat geen sprake was van langdurige, ononderbroken of zeer ernstige gebeurtenissen zoals vereist voor T2-trauma’s. Ook de scores op de subrubrieken werden als niet onhoudbaar beoordeeld. Het verzoek om een nader medisch onderzoek werd afgewezen omdat de bestaande rapportages voldoende waren voor een oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, waarmee de ministeriële beslissing tot toekenning van het invaliditeitspensioen op basis van een verergerend dienstverband stand hield.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verergerend dienstverband bij toekenning van het militair invaliditeitspensioen wordt bevestigd.