ECLI:NL:CRVB:2017:3989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in Wbp-zaak
Appellante heeft sinds 1998 verzoeken ingediend op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp) en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Na een herzieningsverzoek in 2005 werd haar invaliditeitspercentage uiteindelijk vastgesteld op 100% met terugwerkende kracht tot 1 december 2005. Dit leidde tot intrekking van haar Wuv-uitkeringen en voorzieningen vanaf die datum.
Appellante verzocht vervolgens om toekenning van diverse voorzieningen op grond van de Wbp, waaronder huishoudelijke hulp, met terugwerkende kracht. Verweerder stelde dat terugwerkende kracht beperkt is tot de aanvraagdatum en baseerde zich op beleidsregels. De Raad oordeelde dat de oorspronkelijke onjuiste besluitvorming van verweerder niet ten koste van appellante mag gaan en dat verweerder de aanvraag met terugwerkende kracht tot 1 december 2005 moet beoordelen.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten voor zover deze de ingangsdatum van voorzieningen beperken en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan verweerder en de Staat der Nederlanden een deel moeten betalen. Verweerder werd ook veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen; schadevergoeding van €1.000 wordt toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.