Uitspraak
F.M.J. Eijmael.
OVERWEGINGEN
3 april 2015 wordt beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
13 augustus 2015 gereageerd op de in die fase ingebrachte stukken en gronden.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2010 een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door rug-, nek- en knieklachten. In 2014 meldde hij een toename van zijn arbeidsongeschiktheid, waarna het UWV een medisch onderzoek en arbeidsdeskundig onderzoek uitvoerde. Op basis hiervan werd vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waarna de WGA-uitkering werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij aanvullende beperkingen werden erkend, maar de mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder de 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde voorbeeldfuncties passend waren, ondanks de beperkte beheersing van de Nederlandse taal door appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en taalbeheersing, en dat een onafhankelijk medisch deskundige benoemd had moeten worden. De Raad volgde dit niet en bevestigde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat er geen sprake was van ongelijke kansen tussen partijen, en dat de functiekeuze passend was gezien zijn opleiding en werkervaring.
De Raad benadrukte dat het opleidingsniveau 2 ook kan worden bereikt via werkervaring en dat beperkte taalvaardigheid geen reden is om functies als ongeschikt te beschouwen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de WGA-uitkering beëindigd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.