ECLI:NL:CRVB:2017:3897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens contante betalingen
Appellante heeft in 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen van €26.561,77, waarvan het Zorgkantoor later vaststelde dat slechts €10.139,27 terecht was toegekend. Het resterende bedrag van €16.422,50 werd teruggevorderd omdat appellante contante betalingen aan haar zorgverlener had gedaan, wat sinds 1 januari 2012 niet meer was toegestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ernstig ziek was geweest en wel degelijk zorg had ingekocht, waarbij zij met belastinggegevens aannemelijk maakte dat het pgb aan zorg was besteed. Zij stelde dat slechts €4.855,94 terugbetaald hoefde te worden.
De Raad oordeelde dat appellante niet had voldaan aan de verplichting om uitsluitend girale betalingen te verrichten, zoals voorgeschreven in de Regeling subsidies AWBZ. Het Zorgkantoor was daarom bevoegd het pgb lager vast te stellen en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen. De door appellante aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om de belangenafweging van het Zorgkantoor te weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van €16.422,50 wordt bevestigd.