ECLI:NL:CRVB:2017:3673
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand slachtoffers mensenhandel zonder geldige verblijfstitel
Verzoekster, een Nigeriaanse burger, deed op 17 september 2012 aangifte van mensenhandel en kreeg daarop een tijdelijke verblijfsvergunning onder humanitaire gronden en bijstand. Na sepot van het strafrechtelijk onderzoek in Nederland werd het onderzoek overgedragen aan Spanje. De Staatssecretaris trok de verblijfsvergunning in en weigerde wijziging naar niet-tijdelijke humanitaire gronden. De bijstand werd per 1 februari 2017 beëindigd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Verzoekster stelde rechtmatig verblijf te hebben op grond van Richtlijn 2004/81/EG, die verblijfstitels koppelt aan medewerking bij mensenhandelonderzoeken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de Richtlijn geen zelfstandig recht op bijstand verleent buiten de bedenktijd of geldige verblijfstitel en dat verzoekster geen geldige verblijfstitel had sinds 22 april 2013.
Ook werd overwogen dat verzoekster geen onderzoek had gedaan naar een mogelijke verblijfstitel of voorziening in Spanje, waar het onderzoek was overgedragen. De belangenafweging leidde tot afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. Verzoekster kan haar bezwaren in de bodemprocedure voortzetten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toekenning van bijstand wordt afgewezen omdat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft en geen zelfstandig recht op bijstand aan de Richtlijn kan ontlenen.