ECLI:NL:CRVB:2017:3569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet gemelde landbouwgrond in Turkije niet gerechtvaardigd
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd geconfronteerd met een besluit tot intrekking van deze bijstand vanwege het niet melden van eigendom van landbouwgrond in Turkije. Het college stelde dat de waarde van deze grond de vermogensgrens overschreed, gebaseerd op een taxatie door een lokale makelaar via een IBF-rapport.
Appellant voerde aan dat de waarde veel lager was en overhandigde een eigendomsbewijs waaruit bleek dat de grond was gekocht van de Turkse overheid voor een aanzienlijk lager bedrag dan de taxatie. De Raad oordeelde dat het IBF-rapport ondeugdelijk was, omdat de taxatie niet zorgvuldig was uitgevoerd en niet berustte op een gedegen taxatierapport.
De Raad stelde vast dat de waarde van de grond niet boven de vermogensgrens lag en dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden, maar dat dit niet leidde tot rechtvaardiging van intrekking van bijstand. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit tot intrekking herroepen. Tevens werd het college veroordeeld in de kosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wegens niet gemelde landbouwgrond wordt vernietigd en de bijstand wordt hersteld.