ECLI:NL:CRVB:2017:3565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke woon- en leefsituatie
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf op dat zij samen met een persoon X woonde op een bepaald adres. De gemeente voerde een onderzoek uit, waaronder een gesprek en een huisbezoek, waaruit bleek dat de feitelijke woon- en leefsituatie niet overeenkwam met de opgave van appellante. Er werden onder andere persoonlijke bezittingen van X in haar kamer aangetroffen, en de situatie duidde niet op een normale huurrelatie.
De aanvraag werd afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat niet kon worden vastgesteld of appellante recht had op bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
Appellante stelde dat zij een handgeschreven verklaring had overgelegd, maar dit werd niet geaccepteerd vanwege het late tijdstip en ontbreken van bewijs in het dossier. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende duidelijkheid had verschaft over haar woon- en leefsituatie en dat het college de aanvraag terecht had afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 17 oktober 2017 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie.