Uitspraak
OVERWEGINGEN
5 november 2014 heeft arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden. De verzekeringsarts heeft appellant per 15 april 2013 geschikt geacht voor het laatst verrichte werk in de functie van productiemedewerker.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV wees een Ziektewetuitkering af omdat appellant niet verzekerd zou zijn. Na vernietiging door de rechtbank volgde een nieuw onderzoek waarbij een verzekeringsarts concludeerde dat appellant geschikt was voor zijn werk ondanks de klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, ook al was de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet bij de hoorzitting aanwezig. De subjectieve klachtenbeleving van appellant werd niet als leidend gezien voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn rugklachten werden onderschat en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden. De Raad oordeelde dat het dossieronderzoek voldoende was en dat de medische conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk en gemotiveerd waren. De informatie van het Spine & Joint Centre leidde niet tot een ander oordeel.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.