ECLI:NL:CRVB:2017:3427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag arbeidsondersteuning Wajong op grond van AAW-beoordeling
Appellante, geboren in 1977, diende in 2014 een aanvraag om arbeidsondersteuning in op grond van de Wajong 2010. Het UWV wees deze aanvraag af omdat zij meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid moest plaatsvinden aan de hand van de bepalingen van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) zoals die golden tot 1998.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij rond haar 18e levensjaar leed aan een depressie en burn-out, waardoor zij niet in staat was om de geselecteerde functies te verrichten. De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden verricht en dat er geen medische gegevens waren die de stellingen van appellante ondersteunden. De belastbaarheid van appellante op haar 17e/18e levensjaar was juist vastgesteld en er was geen bewijs van toename van beperkingen binnen vijf jaar na haar 18e verjaardag.
De arbeidsdeskundige had functies geselecteerd die appellante met haar belastbaarheid kon verrichten en berekende dat zij ten minste 75% van het wettelijk minimumloon kon verdienen. De Raad vond geen aanleiding om de arbeidskundige grondslag te betwijfelen en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om arbeidsondersteuning wordt afgewezen omdat appellante niet arbeidsongeschikt was op haar 17e/18e levensjaar.