ECLI:NL:CRVB:2017:3399

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 oktober 2017
Publicatiedatum
5 oktober 2017
Zaaknummer
16/5452 ABP
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 1:3 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake bezwaar tegen niet-indexering pensioen ABP

Appellant maakte bezwaar tegen de mededeling van het ABP dat zijn militair pensioen per 1 januari 2016 niet wordt geïndexeerd vanwege de financiële positie van het fonds. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om het bezwaar te behandelen, omdat de mededeling geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

In hoger beroep stelde appellant dat het ABP als bestuursorgaan moet worden aangemerkt en dat de mededeling daarom wel een besluit is. Hij verwees daarbij naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ABP geen openbaar gezag toekomt zoals bedoeld in artikel 1:1 Awb Pro en dat de betaalspecificatie en de brief van het ABP geen besluiten zijn. De eerdere jurisprudentie van de Raad blijft onverkort van toepassing. Daarom is de rechtbank terecht onbevoegd verklaard en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de rechtbank onbevoegd was en wijst het beroep af.

Uitspraak

16/5452 ABP
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
26 juli 2016, 16/1806 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP (bestuur)
Datum uitspraak: 5 oktober 2017
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2017. Appellant is verschenen, vergezeld door zijn echtgenote. Het bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. P. Geurst.

OVERWEGINGEN

1. Bij betaalspecificatie van zijn militair pensioen over de maand januari 2016 is appellant er onder meer over geïnformeerd dat dit pensioen per 1 januari 2016 niet wordt verhoogd, omdat de financiële positie van het ABP niet voldoende is om de pensioenen te kunnen indexeren. Appellant heeft tegen deze mededeling bezwaar gemaakt. Bij brief van 18 februari 2016 is aan appellant meegedeeld dat zijn bezwaar niet in behandeling wordt genomen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het tegen de brief van 18 februari 2016 gerichte beroep kennis te nemen.
3. Appellant stelt dat de Stichting Pensioenfonds ABP in deze zaak is te beschouwen als een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit maakt dat de onder 1 weergegeven berichten besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb en dat de bestuursrechter bevoegd is om hiervan kennis te nemen. Ter onderbouwing hiervan heeft appellant gewezen op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3394.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Zoals de Raad eerder heeft geoordeeld, onder meer in de uitspraken van 5 september 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:1670) en van 21 januari 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:257), komt aan de Stichting Pensioenfonds ABP in kwesties als deze geen openbaar gezag toe als bedoeld in artikel 1:1, aanhef en onder b, van de Awb. Dit betekent dat de betaalspecificatie van januari 2016 noch de reactie van 18 februari 2016 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Een en ander wordt niet anders door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 september 2014, waarin de Afdeling haar rechtspraak betreffende artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb, heeft verduidelijkt.
4.2.
Dit betekent dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard om van het beroep van appellant kennis te nemen. De aangevallen uitspraak komt dus voor bevestiging in aanmerking.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van J. Smolders als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2017.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) J. Smolders

HD