ECLI:NL:CRVB:2017:3260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade en proceskosten wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-procedure
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV in een WIA-zaak. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarna appellante het hoger beroep introk en verzocht om vergoeding van proceskosten en schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek tot vergoeding van proceskosten toegewezen, inclusief kosten voor verleende rechtsbijstand en medische rapporten. Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn met één jaar en negen maanden is overschreden. Van deze overschrijding komt vijf maanden voor rekening van het UWV en één jaar en vier maanden voor rekening van de Staat, vanwege de langere behandelingstijd bij de bestuursrechter.
De Raad heeft de schadevergoeding verdeeld volgens de methode van de Hoge Raad en het UWV en de Staat veroordeeld tot betaling van respectievelijk € 476,19 en € 1.523,81. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante. De uitspraak is gedaan zonder zitting op verzoek van partijen.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.