ECLI:NL:CRVB:2017:318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toekenningen AOR na heroverweging en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante diende in juli 2011 een aanvraag in voor toekenningen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder wees deze aanvraag in 2013 af wegens gebrek aan bevestiging van de gestelde oorlogsgebeurtenissen. Na een tussenuitspraak van de Raad in februari 2016 werd verweerder opgedragen het besluit te heroverwegen, waarbij de brandstichtingen door de zusters van appellante alsnog betrokken moesten worden.
Verweerder nam op 18 mei 2016 een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. De medische klachten van appellante werden niet toegeschreven aan het meemaken van brandstichtingen als baby, maar aan latere traumatische gebeurtenissen, gebaseerd op een medisch advies van Roelofs. Appellante betwistte dit verband alleen voor haar psychische klachten en overhandigde een rapportage van Laatsch.
De Raad oordeelde dat de rapportage van Roelofs, gebaseerd op persoonlijk onderzoek, zwaarder woog dan de dossierstudie van Laatsch. De Raad vernietigde het oorspronkelijke besluit van 18 maart 2014, maar verklaarde het nieuwe besluit van 18 mei 2016 stand te houden. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, en tot vergoeding van proceskosten van €2.031,98 aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard, het oorspronkelijke besluit vernietigd, en verweerder veroordeeld tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.