Uitspraak
OVERWEGINGEN
In beroep is namens appellante te kennen gegeven dat de gestelde gevangenenuitbraak van 2 juli 1952 en de gebeurtenissen rond deze uitbraak als oorlogsgeweld in de zin van de AOR moeten worden beschouwd. Verder is appellante van mening dat de in bezwaar genoemde brandstichtingen bij de heroverweging in bezwaar betrokken hadden moeten worden en niet mochten worden behandeld als nieuwe aanvraag.