ECLI:NL:CRVB:2017:3103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen eigendom onroerend goed in Turkije
Appellant ontving sinds januari 2011 bijstand op grond van de WWB. Uit onderzoek in het kader van het project 'Vermogen in het buitenland' bleek dat appellant mede-eigenaar was van meerdere onroerende zaken in Turkije, waaronder hazelnootboomgaarden en landbouwgrond. Dit werd vastgesteld aan de hand van het Turkse kadastraal register en een taxatierapport volgens de 'Methode Kapitalisatie Inkomsten'.
Het dagelijks bestuur van Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanwege het verzwegen vermogen. Appellant voerde aan niet op de hoogte te zijn van het eigendom omdat het volgens hem een culturele praktijk was dat de vader grond op naam van zoons kocht zonder dat zij daarvan wisten. Tevens betwistte appellant de waarde van de onroerende zaken en stelde dat de taxatie te hoog was en dat er geen exploitatie van de hazelnootboomgaarden plaatsvond.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet wist van zijn mede-eigendom, mede omdat hij als belastingplichtige geregistreerd stond. De taxatie door de landbouwkundig ingenieur werd als betrouwbaar beoordeeld, mede omdat deze gebruikmaakte van een gangbare methode en ter plaatse onderzoek had gedaan. Het tegenrapport van appellant werd verworpen wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Ook de stelling dat er geen exploitatie was, werd verworpen omdat appellant zelf had verklaard dat er hazelnoten waren geoogst.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarmee de intrekking en herziening van de bijstand rechtsgeldig was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en herziening van de bijstand wegens verzwegen eigendom van onroerend goed in Turkije.