ECLI:NL:CRVB:2017:2878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen mede-eigendom woning in Spanje
Appellante ontving sinds 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een onderzoek naar haar vermogen, waarbij bleek dat zij mede-eigenaar was van een woning in Spanje, trok het college de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode 2004-2013. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat de woning onder Spaans recht een privégoed van haar ex-echtgenoot was en dat de terugvordering niet in verhouding stond tot de waarde van het verzwegen vermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het wettelijk vermoeden van gemeenschappelijkheid van de woning onder Spaans recht niet was weerlegd door appellante. Zij had onvoldoende bewijs geleverd dat de woning uitsluitend aan haar ex-echtgenoot toebehoorde. Bovendien had zij de wettelijke inlichtingenplicht geschonden door het bezit niet te melden.
De Raad stelde vast dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en de terugvordering had ingesteld, omdat het vermogen van appellante boven de vrij te laten vermogensgrens lag. Het beroep op disproportionaliteit van de terugvordering faalde, aangezien appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op aanvullende bijstand. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van mede-eigendom van een woning in Spanje.