ECLI:NL:CRVB:2017:2870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1992 bijstand als alleenstaande ouder. Uit onderzoek van de gemeente Amsterdam bleek dat appellante en appellant vanaf 2000 een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen niet was gemeld. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van €222.645,53.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De verklaringen van appellanten werden als betrouwbaar beoordeeld, ondersteund door verklaringen van buren en objectieve feiten zoals aangetroffen persoonlijke bezittingen.
Appellanten voerden aan dat hun verklaringen onder druk waren afgelegd en dat terugvordering in strijd was met rechtszekerheid, maar deze gronden werden verworpen. Ook een beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen slaagde niet, mede gezien het vermogen van appellant.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk en de kosten mede van appellant terugvorderde, en dat het hoger beroep niet slaagt. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.