Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
H.O. Kerkmeester en als leden, in tegenwoordigheid van N. Veenstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als begeleidster en meldde zich ziek met spier-, pees- en gewrichtsklachten. Na beëindiging van haar dienstverband volgde een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat zij meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen. Het UWV stelde daarom de Ziektewet-uitkering stop en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) in ruime mate rekening hield met de beperkingen van appellante. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, mede door haar aandoening Ehlers Danlos type 3.
De Raad toetste de medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die uitgebreid inging op de medische situatie, waaronder de afwezigheid van artritis en subluxaties, deconditionering, en de rol van coping en somatiseren. Ook werd het gebruik van een rolstoel besproken, waarbij werd vastgesteld dat dit averechts werkt. De Raad vond geen aanleiding om het standpunt van de verzekeringsarts te verwerpen en wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens voldoende medische onderbouwing.