ECLI:NL:CRVB:2017:2662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing WIA met vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht over de beoordeling van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) in het kader van de WIA. Na een tussenuitspraak heeft het UWV een aangepaste FML en aanvullende rapporten ingediend, waarop een onafhankelijke verzekeringsarts en arbeidsdeskundige een positief advies hebben uitgebracht. De Raad oordeelt dat de aangepaste FML de beperkingen en mogelijkheden van appellant voldoende weerspiegelt.
De Raad beoordeelt tevens de overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursprocedure. De totale duur van zes jaar en vijf maanden wordt als te lang beschouwd, waarbij een deel van de overschrijding voor rekening van het UWV komt en een deel voor rekening van de Staat (Ministerie van Veiligheid en Justitie). De Raad veroordeelt beide partijen tot een immateriële schadevergoeding aan appellant.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, en het UWV wordt daarnaast veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten. Hiermee wordt het geschil over de arbeidsongeschiktheidsuitkering en de procedurele vertraging definitief beslecht.
Uitkomst: Bevestiging van de uitspraak met veroordeling van Staat en UWV tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.