ECLI:NL:CRVB:2017:2640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens opzettelijk verzwegen inkomsten uit freelancewerk bij universiteit
Appellante ontvangt sinds 1986 bijstand en werkt sinds 2005 freelance bij een universiteit. Het college van burgemeester en wethouders van Breda legde haar een boete op wegens het niet melden van inkomsten uit deze werkzaamheden over de periode 2010-2013. De boete werd vastgesteld op €1.808,65, waarbij het college uitging van opzet.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege persoonlijke en financiële problemen, veroorzaakt door onrechtmatig handelen van het college in 2009, verminderd verwijtbaar is. Zij stelde dat zij de inkomsten verzweeg om schulden af te lossen en dat dit haar niet volledig kan worden toegerekend.
De Raad oordeelde dat appellante willens en wetens de inlichtingenverplichting heeft geschonden, zoals blijkt uit haar eigen verklaringen. De financiële omstandigheden en persoonlijke problemen leiden niet tot een lagere verwijtbaarheid, mede omdat zij geen medische stukken overlegde ter onderbouwing van een emotioneel ontwrichte toestand.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de opgelegde boete als evenredig. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd bekrachtigd.
Uitkomst: De boete van €1.808,65 wegens opzettelijk verzwegen inkomsten wordt bevestigd.