Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 24 september 2015 een aanvraag in voor studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). De minister wees deze aanvraag bij besluit van 5 november 2015 af omdat appellant op 1 oktober 2015, de eerste dag waarop het recht op studiefinanciering zou kunnen ingaan, de leeftijd van 30 jaar had bereikt. Het bezwaar van appellant werd bij besluit van 21 januari 2016 ongegrond verklaard. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ten onrechte niet in bezwaar was gehoord en dat hij door de minister op het verkeerde been was gezet over het moment waarop hij een aanvraag kon indienen. Daarnaast stelde hij dat bijzondere omstandigheden bestonden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. De Raad oordeelde dat er geen verplichting tot horen in de bezwaarfase bestond en dat appellant geen bewijs had geleverd dat hij onjuist was voorgelicht. Ook was geen onbillijkheid van overwegende aard vastgesteld die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om vergoeding van schade af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de studiefinancieringsaanvraag en wijst het verzoek om schadevergoeding af.