ECLI:NL:CRVB:2017:2477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorschot Ziektewet-uitkering bij betwisting ontslag
Appellant was werkzaam bij het Ministerie van Defensie en meldde zich ziek per 14 mei 2014. Op 18 februari 2015 werd hem ongevraagd ontslag verleend met ingang van 1 maart 2015. Appellant maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit en stelde beroep in nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard.
Het UWV weigerde op 19 november 2015 een voorschot op de Ziektewet-uitkering te verstrekken vanwege de onduidelijkheid over de doorbetaling van loon zolang de ontslagprocedure niet was afgerond. Dit besluit werd door het UWV bevestigd na bezwaar. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het UWV terecht het voorschot weigerde op grond van artikel 47a, eerste lid, van de Ziektewet.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het weigeren van het voorschot onterecht was en dat de wet anders uitgelegd moest worden, omdat hij door de procedures lange tijd zonder inkomsten zat. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat zolang het ontslag in rechte wordt aangevochten en onzekerheid bestaat over het recht op bezoldiging, het UWV terecht het voorschot weigert. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat bezwaar en beroep in ambtenarenzaken de werking van het ontslagbesluit niet schorsen en dat dit kan leiden tot een situatie waarin betrokkene aangewezen is op een bijstandsuitkering. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht het voorschot op de Ziektewet-uitkering geweigerd.