ECLI:NL:CRVB:2017:2474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling en geschiktheid functies
Appellant was fulltime beveiliger en meldde zich ziek met neurologische klachten, waarna hij een Ziektewetuitkering ontving. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen met geschikte functies, en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en werd opnieuw medisch en arbeidskundig onderzocht, waarbij beperkingen werden vastgesteld maar de verdiencapaciteit bleef boven 65%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functies passend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn diagnose AVM en de beperkingen daarvan, maar de Raad concludeerde dat de verzekeringsarts deze diagnose en beperkingen wel degelijk had meegewogen. Ook werd toegelicht dat werkdrukbeperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren verwerkt. Het feit dat appellant later opnieuw in de Ziektewet werd geaccepteerd, leidde niet tot een ander oordeel over zijn geschiktheid op de datum van het bestreden besluit.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak dat appellant met de geselecteerde functies meer dan 65% van zijn loon kan verdienen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht meer op Ziektewetuitkering omdat hij meer dan 65% van zijn vroegere loon kan verdienen met geschikte functies.