ECLI:NL:CRVB:2017:2434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en misbruik internetmiddelen door ambtenaar
Appellant was werkzaam bij een overheidsdienst en werd aangesproken op langdurige werkdagen en afwijkende werktijden, met vragen over integer gedrag. Na onderzoek bleek dat appellant tijdens werktijd een groot deel van zijn tijd besteedde aan privé-internetgebruik, waaronder het bezoeken van niet-werkgerelateerde websites en het wissen van internetgeschiedenis, wat leidde tot verdenking van plichtsverzuim.
Het dagelijks bestuur legde appellant een disciplinaire straf op: voorwaardelijk strafontslag met een proeftijd van anderhalf jaar, waarbij het ontslag definitief zou worden bij herhaling van soortgelijk plichtsverzuim. Na een nieuw incident met privégebruik van middelen van de dienst en het wissen van in- en uitloggegevens, werd het voorwaardelijk ontslag ten uitvoer gelegd.
Appellant voerde verweer tegen de rapporten en de tenuitvoerlegging, maar kon geen concrete aanwijzingen geven die de bevindingen ondermijnden. De Raad oordeelde dat de gedragingen van appellant niet integer waren en in strijd met gedragsregels en integriteitsverklaringen, en dat het dagelijks bestuur bevoegd was tot het opleggen en uitvoeren van het strafontslag.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarbij geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens plichtsverzuim en wijst het hoger beroep af.