Uitspraak
OVERWEGINGEN
15 april 2017.
1 juni 2016 (bestreden besluit), aan appellante met ingang van 1 mei 2016 op grond van artikel 12.7, tweede lid, van de CAO UMC tussentijds ontslag verleend. Daaraan is, overeenkomstig het advies van de Commissie Regeling Rechtspositionele Besluiten UMCG, ten grondslag gelegd dat sprake is van een gebrek aan vertrouwen, dat dit te wijten is aan de houding en de wijze van communiceren van appellante en dat er geen reële mogelijkheden bestaan om appellante haar promotietraject op een andere wijze binnen het [instantie] te laten afronden.
BESLISSING
.