Uitspraak
29 januari 2016, 15/3079 (aangevallen uitspraak)
CIZ
R[naam moeder], heeft mr. B.C.F. Kramer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 2007, vroeg op 14 november 2014 een indicatie aan voor AWBZ-zorg voor Persoonlijke Verzorging, Verpleging en Begeleiding vanwege zijn diabetes. Het CIZ wees de aanvraag af omdat de gevraagde zorg onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) valt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat het ging om medisch specialistische zorg.
In hoger beroep voerde appellant aan dat sprake was van intensieve kindzorg en permanent toezicht noodzakelijk was. Hij overlegde een brief van een kinderarts ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat appellant extra zorg nodig heeft, maar niet aannemelijk heeft gemaakt dat permanent toezicht of voortdurende nabijheid vereist is zoals omschreven in de CIZ Indicatiewijzer.
De Raad bevestigde dat de zorg onder de Zvw valt omdat een medisch specialist verantwoordelijk is voor de behandeling. De bezwaren tegen de functies Persoonlijke Verzorging en Begeleiding werden eveneens verworpen, mede op basis van het medisch advies van het CIZ. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gevraagde zorg onder de Zorgverzekeringswet valt en wijst het hoger beroep af.