ECLI:NL:CRVB:2017:217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering wegens simulatie en onjuiste informatieverstrekking
Appellant viel op 14 maart 2013 uit voor zijn werk en kreeg per 1 mei 2013 een Ziektewet-uitkering toegekend. Na diverse medische onderzoeken, waaronder een rapport van psychiater Notten na een klinische opname, concludeerde het UWV dat appellant simuleerde en aggraveerde. Op grond hiervan trok het UWV de uitkering per 26 juni 2013 met terugwerkende kracht in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV op goede gronden handelde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij te goeder trouw was en dat het rapport van psychiater Notten niet als bewijs mocht dienen, mede omdat hij niet expliciet oordeelde over de datum in geding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van psychiater Notten, ondanks het ontbreken van een expliciet oordeel over de datum, voldoende betrouwbaar is en dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de geldigheid van de conclusies op die datum. Andere medische stukken die appellant aanvoerde, hadden geen betrekking op de datum in geding en konden het oordeel niet weerleggen.
Verder stelde de Raad vast dat appellant akkoord was gegaan met de opname en de inzage van het rapport. Het UWV had op grond van de Ziektewet en beleidsregels terecht het besluit genomen tot intrekking met terugwerkende kracht. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Ziektewet-uitkering met terugwerkende kracht wegens simulatie en onjuiste informatieverstrekking.