ECLI:NL:CRVB:2017:2120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking bijstand wegens ontbreken wederzijdse zorg in gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande met toeslag en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een melding startte de gemeente Tilburg een onderzoek naar mogelijke fraude, waarbij werd vastgesteld dat betrokkene en zijn partner V mogelijk een gezamenlijke huishouding voerden. De gemeente trok de bijstand per 13 november 2014 in en vorderde de kosten terug, omdat betrokkene dit niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat niet was gebleken dat sprake was van wederzijdse zorg, een vereiste voor gezamenlijke huishouding. De gemeente ging in hoger beroep en voerde aan dat wel sprake was van wederzijdse zorg, onder meer door financiële verstrengeling en zorg bij ziekte.
De Raad oordeelde dat de handgeschreven verklaring, die door betrokkene en toezichthouder was ondertekend, leidend is en dat de later getypte verklaring met aanvullende zorguitlatingen niet als grondslag kan dienen. Bovendien waren de financiële transacties die de gemeente aanvoerde niet relevant voor de beoordelingsperiode. Hierdoor faalde het beroep van de gemeente en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd wegens het ontbreken van wederzijdse zorg.